Genen komen tot leven na de dood

Genen komen tot leven na de dood

Je sluit je ogen, je ademhaling stopt, je hart klopt niet meer. Je centraal zenuwstelsel geeft het op en alle processen in je cellen vallen stil. Klik. Je bent dood. Of nee, wacht eens: wat gebeurt er daar?

Onderzoekers van de Universiteit van Washington ontdekten dat bepaalde genen van gestorven muizen en zebravissen terug tot leven komen na de dood. En dat verbaast: vroeger dachten we dat genen van cellen zich uitschakelden wanneer het lichaam stierf. Een beetje zoals een auto die zonder benzine valt. Je verwacht toch ook niet dat die na vier dagen met zijn ruitenwissers begint te bewegen?

Cellen terug tot leven wekken?

Maar nu blijkt dus dat sommige genen terug worden ingeschakeld. Welke? Een aantal van hen zijn nuttig in noodgevallen: ze onderdrukken ontstekingen en geven een boost aan het immuunsysteem. Alsof de genen nog een laatste keer willen proberen om de cellen weer tot leven te wekken. Andere genen zijn verrassender omdat ze de groei van een embryo sturen. Die genen worden bij mensen na de geboorte uitgeschakeld, maar ze lichten dus weer op nadat we dood zijn. (Tenminste: in dit onderzoek was dat bij muizen en zebravissen het geval). Tot slot werden ook kankercellen sneller actief. Waarom al die genen plots actief werden, is nog niet helemaal duidelijk. Onderzoekers denken dat er bij overlijden misschien genen worden uitgeschakeld die daarvoor de kankergenen onderdrukten.

Nuttig bij orgaantransplantaties

Maar waarom zouden de onderzoekers in godsnaam willen weten welke genen actief worden nadat je overlijdt? De vis, muis of mens is toch al dood. Ben je er dan nog iets mee? ‘We kunnen heel wat leren over het leven, door de dood te bestuderen’, zegt onderzoeker Peter Noble. De wetenschappers gingen voor alle duidelijkheid niet op zoek naar manieren om mensen tot leven te wekken, maar het onderzoek kan wel leiden tot een aantal levensreddende inzichten.

Alhoewel het enkel op muizen en zebravissen is bevestigd, zou het onderzoek wel eens erg nuttig kunnen zijn bij bijvoorbeeld orgaantransplantaties. Zo lijkt het onderzoek aan te tonen dat kankercellen actief worden na de dood. Als dat echt zo is, kan dat verklaren waarom mensen die net een orgaan hebben ontvangen van een overleden persoon meer kans hebben om kanker te krijgen.

CSI krijgt een nieuwe tool

Forensische onderzoekers kunnen de activiteit van de terug ingeschakelde genen ook gebruiken om het échte tijdstip van overlijden vast te stellen. En dat zou geweldig zijn: alhoewel het bij verdachte sterfgevallen vaak belangrijk is om het tijdstip van overlijden vast te stellen, zijn we er eigenlijk nog steeds niet zo goed in. Een extra tool in ons arsenaal is dus meer dan welkom.
Omdat het onderzoek tot nu toe werd uitgevoerd bij muizen en zebravissen, kunnen CSI-liefhebbers met deze techniek natuurlijk enkel nog maar het tijdstip van overlijden vaststellen bij die dieren. Want levend of dood: een mens is nog steeds geen vis of muis.

Ontdek deze video over dit thema :

 

Wil je meer weten? Dan klik hier.

Genen worden terug ingeschakeld na de dood. Maar wat gebeurt er nu juist in die genen? En hoe weten we dat die terug actief worden?

Laten we eerst nog eens opfrissen wat cellen, DNA en genen juist zijn.

In elke cel die je hebt, zit het erfelijkheidsmateriaal van je ouders. Dat kreeg je mee toen je verwekt werd. Dat erfelijkheidsmateriaal zit in je cellen in de vorm van chromosomen. Die chromosomen bestaan op hun beurt uit lange strengen DNA: een soort chemische verbinding van stofjes.
Een gen is een stukje uit zo’n DNA-streng. Elk gen heeft juist voldoende informatie om een eiwit aan te maken en die eiwitten bepalen dan weer hoe we er uit zien. Heb je bruine ogen? Kan je je tong in een gootje rollen? Ben je groot of klein? Al die eigenschappen worden vastgelegd door je genen – of een combinatie van je genen en je omgeving, daar zijn onderzoekers nog niet helemaal uit.

Hoe maakt een gen dan eiwitten aan?

Als een gen eiwitten aanmaakt, zeggen we dat het gen (en dus ook de cel) actief is. Maar hoe doet die dat nu? Simpel gezegd word je gen overgeschreven naar een soort kalkeerpapiertje. Dat kalkeerpapiertje noemen we Messenger RNA (afgekort als mRNA), dat mRNA wordt op zijn beurt weer omgezet naar een eiwit. Met dat eiwit doet onze cel allerlei nuttige dingen.

Met andere woorden: hoe meer mRNA er in een cel aanwezig is, hoe meer je genen en het DNA vertaald worden naar een eiwit en hoe meer de cel kan doen. Hoe meer mRNA, hoe actiever de cel.

En wat onderzochten de onderzoekers net?

De onderzoekers wilden een nieuwe technologie testen die ze ontwikkelden om genactiviteit te meten. Hiervoor keken ze hoe hoog het mRNA-niveau was in een cel op verschillende tijdstippen na het overlijden van een muis of zebravis.

De onderzoekers hadden verwacht dat de genen langzaamaan minder actief zouden worden en zichzelf uiteindelijk zouden uitschakelen. Bij de meeste genen was dat inderdaad het geval, maar een honderdtal genen werden juist actiever: de hoeveelheid mRNA voor die genen steeg na het overlijden en bleef daarna soms wel vier dagen stabiel, terwijl de andere genen zich inderdaad één voor één voorgoed uitschakelden.

De muizen en vissen waren dood, maar toch nog niet helemaal.

Een video met wat meer uitleg over DNA, chromosomen en genen :

Reageer

Fijn dat je van je laat horen!

Wil je werken in de chemie en de life sciences?