Geschreven in bloed

Geschreven in bloed

Hoe vroeger je kanker ontdekt, hoe beter het te genezen is. Logisch ook: de cellen krijgen minder tijd om uit te zaaien en richten zo minder schade aan in het lichaam van hun gastheer. Daarnaast zijn reageren kleinere hoeveelheden kankercellen ook beter op medicatie. De boodschap is dus: hoe sneller hoe beter. Maar snel is niet altijd simpel.

Kanker opsporen gaat via moeilijke en soms gevaarlijke biopsieën. Dat wil zeggen dat er een stukje van de tumor wordt weggehaald om in het laboratorium te onderzoeken. Je kan je al voorstellen dat zoiets bij bijvoorbeeld longkanker niet altijd gemakkelijk is. Maar er is nog een ander nadeel: je kan zo’n biopsie pas nemen als je weet dat de kanker er is én als je weet waar hij zit. Vaak ben je dan al vrij laat. Zo wordt in Engeland 46% van de kankers te laat ontdekt.

 

 

Ook kankercellen sterven

Een 18-jarige student vond nu een oplossing. Om zijn oplossing te begrijpen, moet je eerst weten dat ook kankercellen kunnen sterven. Bekijk het interview:

 

Als cellen die sterven, vallen die uit elkaar. Als dat gebeurt, komen er een aantal bouwstenen – zoals het DNA van de cel - vrij in je bloed. Dat is ook zo bij kankercellen: als die sterven, laten ze heel specifiek DNA achter in je bloed.

Zoals aan de ingang van een festival

Met dat kankerDNA ging de student Neil Davey aan de slag: hij duwde het bloed eerste door een apparaat dat zo’n smalle uitgang heeft dat cellen er enkel achter elkaar door kunnen. Vergelijk het met een grote meute mensen aan de ingang van een festivalterrein die maar één voor één worden doorgelaten aan de inkomcontrole. In het publiek zitten allerlei onderdelen van het bloed: van onschuldig DNA tot witte bloedcellen en van plasmadeeltjes tot kankerDNA.
Doordat de cellen zo gescheiden worden door de ‘toegangscontrole’, kunnen onderzoekers ze apart opvangen en in een volgend apparaat steken: de PCR (polymerase chain reaction of polymerasekettingreactie). In de PCR worden de opgevangen cellen dan vermenigvuldigd zodat ze beter te bestuderen zijn. Nu komt het slimme van de zaak: terwijl de cellen elk apart aan het vermenigvuldigen zijn, voegde Neil Davey een fluorescerend deeltje toe dat zich enkel bindt aan het kankerDNA. Het gevolg? Als er kankerDNA aanwezig is in het bloed begint dat op te lichten in het labo.
Met één druppel bloed kunnen de onderzoekers in de toekomst dus bepalen of je kanker hebt. Dat is heel wat beter dan dat ze een stuk uit je lichaam moeten snijden om het onder de microscoop te leggen. De nieuwe techniek is daarbij sneller én kan in een vroegere fase gebruikt worden zodat de kanker sneller gevonden wordt.

Hindernissen

De techniek is dus veelbelovend, maar de dokter kan het vandaag nog niet gebruiken. Daarvoor moet er nog meer onderzoek gebeuren. Om de techniek te doen werken moet je bijvoorbeeld goed weten hoe het kankerDNA in je bloed er uit ziet. Elk kankerDNA ziet er immers anders uit en je moet dus goed weten met welke soort jij te maken hebt voordat je een fluorescerend deeltje vindt dat je er aan kan hangen om het te detecteren. Daarvoor heb je in eerste instantie nog steeds een beetje tumorweefsel nodig. En het is ook niet gemakkelijk om juist die kankerDNA-deeltjes te pakken te krijgen: in bloed zit nu eenmaal veel spul en het DNA-materiaal van kanker is erg klein. Het probeert er aan onze ingangscontrole dus steeds tussendoor te glippen.

En welke kanker is het dan?

Tot slot kan je met de techniek misschien wel zien dat er kanker is, maar is het nog altijd moeilijk te zeggen welke kanker het juist is? Is het long- of borstkanker? En als het borstkanker is: van welke borst komt het dan? Andere onderzoekers over de hele wereld breken er hun hoofd over en zoeken verder, want het is een techniek die iedereen wil kunnen toepassen. Het is immers veel leuker om kanker op te sporen in een druppel bloed in plaats van in een stukje tumor dat je uit de mensen moet snijden. En de bloedtechniek is daarbij ook nog eens sneller te gebruiken.
Maar kom: in Westerse landen wordt de helft van de kankers in een laat stadium opgemerkt waardoor een snelle en simpele bloedtest gemakkelijk miljoenen levens per jaar zou kunnen redden. Toch niet slecht gevonden door iemand die pas van de middelbare schoolbanken komt!

Wil je meer weten? Dan klik hier.

PCR: Polymerase Chain wat?

 


De polymerase chain reaction (PCR) kan één stukje DNA snel vermenigvuldigen tot miljoenen identieke kopietjes waardoor het DNA gemakkelijker te onderzoeken is. Toen de techniek in 1983 voor het eerst werd ontdekt, veroorzaakte ze een revolutie in de moleculaire biologie. Daarvoor moesten onderzoekers immers gebruik maken van moeilijke en tijdrovende procedures.
PCR wordt nu onder andere gebruikt voor de analyse van genen en overerfbare aandoeningen en voor genetische fingerprinting en het bestuderen van infectieziekten. Lang leve PCR!
Hoe werkt het net? Alle stappen uitleggen, zou ons wat te ver leiden, maar door het DNA op te warmen en af te koelen, kunnen we het DNA uit elkaar breken. De twee DNA-strengen die normaal goed rond elkaar zitten gedraaid komen zo los van elkaar. Als dat gebeurt kunnen we er zelf stukjes DNA aan toevoegen (‘primers’) die zich op de originele DNA-strengen vastzetten. Door er ten slotte nog een aantal andere bouwstenen (zoals nucleotiden) aan toe te voegen, zal het DNA zich kunnen verdubbelen. Dat truckje blijf je dan herhalen tot je voldoende DNA hebt om te analyseren.
Wil je meer weten over de PCR-reactie? Lees dan hier: http://science-explained.com/nl/theorie/pcr-polymerase-kettingreactie/

Ook geschreven in bloed: het syndroom van Down

Wat is het syndroom van Down?

 

Recent werd de NIPT-test uitgebracht in België. Daardoor kunnen aanstaande moeders hun bloed laten testen om te zien of ze een kind dragen met het syndroom van Down. Het werkt ongeveer op dezelfde manier als het opsporen van kanker: beide testen maken gebruik van het ronddrijvende DNA in je bloed.

Waar er bij kankerpatiënten gezocht wordt naar kankerDNA, wordt er in het bloed van zwangere vrouwen gespeurd naar DNA van het kind. Het lijkt raar dat je kind-DNA kan vinden bij de moeder, maar ongeveer 10-20% van het ronddrijvende DNA in het bloed van de moeder is afkomstig van de foetus! De onderzoekers vangen dat DNA, stoppen het in een PCR en analyseren het dan op foutjes.
De NIPT-test is nog maar recent goedgekeurd in België, maar is een hele verbetering ten opzichte van de oude methoden om te testen voor het syndroom van Down. Als er vroeger een vermoeden was dat je ongeboren kind het syndroom van Down zou hebben, konden dokters dat bevestigen met invasieve testen zoals een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest, maar die twee testen zijn niet zonder risico en kunnen tot een miskraam leiden.
Dankzij de NIPT-test is die gevaarlijke test dus niet meer nodig, want als ze nu vermoeden dat een foetus het syndroom van Down zou hebben, dan nemen ze gewoon een druppeltje bloed af. Simpel toch?

Reageer

Fijn dat je van je laat horen!