Rupsen die plastiek eten? Misschien een oplossing voor onze plastiekvervuiling

Rupsen die plastiek eten? Misschien een oplossing voor onze plastiekvervuiling

Er blijken rupsen te bestaan die plastic zakjes vreten in plaats van bladeren. Wellicht kunnen ze ons van de plastic soep afhelpen, suggereert een publicatie in Current Biology. Chemisch gezien is het achteraf niet zo’n wonder. Het gaat om de larve van de wasmot, Galleria mellonella. Deze vlinder legt eitjes in bijenkorven, waarna de rupsen opgroeien op een dieet van bijenwas. En chemisch gezien lijkt dat spul wel een beetje op polyetheen: beide stoffen zitten vol met lange koolstofketens. De rupsen blijken die ketens te verknippen tot ethyleenglycol oftewel 1,2-ethaandiol. Laatste auteur Federica Bertocchini, van het biotech-instituut IBBTEC in het Noord-Spaanse Cantabria, ontdekte het bij toeval. In haar vrije tijd houdt ze bijen. Ze had een paar raten ontdaan van rupsen, en de dieren zolang in een plastic tasje gestopt. Na een paar uur vond ze een tasje vol gaten terug. Samen met collega’s uit Cambridge herhaalde ze het experiment onder gecontroleerde omstandigheden. Ze deden honderd rupsen in een boodschappentas van een Britse supermarkt. Na 40 minuten verschenen de eerste gaten en na 12 uur was er 92 mg plastic weg. Hoe de rups het precies doet, is nog onduidelijk. Vast staat dat het niet alleen een kwestie is van knagen: knijp je het dier tot pulp, dan vreet die nog steeds plastic aan. Vermoedelijk is het een kwestie van een of meer nog onbekende enzymen, die óf door de rups zelf worden aangemaakt óf door symbiotische bacteriën in zijn spijsverteringskanaal. De onderzoekers hopen stilletjes dat het één enzym is, en dat je het door E.coli of een ander microbieel werkpaard op industriële schaal kunt laten namaken. De rupsen zelf op industriële schaal kweken, ze plastic soep voeren en er dan insectenburgers van maken, zou natuurlijk nog mooier zijn. Vooral wanneer het diepvriesburgers zijn die je in papier kunt verpakken in plaats van in nóg meer plastic. bron: CSIC, University of Cambridge

Reageer

Fijn dat je van je laat horen!