Zeewieren zijn de toekomst

Zeewieren zijn de toekomst

Bij zeewier denk jij aan glibberige groene slingers uit de zee. Of misschien wel aan dat groene blaadje rond de sushi. Maar we eten deze kleine voedzame zeeplantjes niet alleen op, we maken er ook medicijnen, schoonheidsproducten en biobrandstof van. Algen en zeewieren zijn dus multifunctioneel.

Daarom is een gespecialiseerd labo in Frankrijk volop bezig met te onderzoeken wat ze voor ons in petto hebben.

Maar eerst zetten we een stapje terug. Wat zijn algen eigenlijk?

Algen en wieren zijn alle eenvoudige organismen die fotosynthese gebruiken om koolhydraten te maken, maar niet bij de ‘landplanten’ horen. Het is dus eigenlijk een allegaartje van soorten die allemaal in water leven, maar verder soms weinig met elkaar gemeen hebben. Zo zijn er algen die olie produceren die goed is voor onze huid. Een andere soort is dan weer bekend om de kleurstoffen die we eruit winnen. Er zijn zelfs soorten die ons helpen om botweefsel na te maken.

Wat ze wel allemaal gemeen hebben? Ze gebruiken bepaalde stoffen in het water als voedingsbron.

Vooral nitraten en fosfaten - die overschieten nadat bacteriën rotte bladeren en uitwerpselen van zeedieren verwerkten - worden zo door de algen uit het water gefilterd. Ook CO2 wordt massaal verorberd door deze groene schepseltjes. En laat dat nu net hetgene zijn waar de Franse wetenschappers toekomst in zien.

Wat doen die Franse wetenschappers dan precies?

In het Franse algenlabo - dat 3 hectare of zo’n 7 voetbalvelden groot is - kweken ze allerlei soorten algen. Die zitten in gesloten buizen of tanks zodat de wetenschappers goed in de hand hebben welke stoffen er in het water komen. En hoeveel zonlicht en voedingsstoffen ze toevoegen. Zelfs de temperatuur wordt tot in de puntjes geregeld. Dat is wel nodig als je weet dat sommige van die algen in ons voedsel worden verwerkt.

Naast eetbare ingrediënten, worden er ook bestanddelen voor cosmeticaproducten, biobrandstof en zelfs asfalt gemaakt. Wat er ook uit voorkomt, het zijn stuk voor stuk revolutionaire eindproducten. Zo is biobrandstof uit algen heel wat milieuvriendelijker dan de huidige fossiele brandstoffen. En breekt plastic uit algen sneller af dan het plastic dat we vandaag gebruiken.

Waarom kweken we dan niet massaal algen?

Dat is inderdaad een goed idee. Maar de installaties vragen enorm veel onderhoud. Verder zijn er ook veel laboranten nodig om alle parameters in het oog te houden. Productie van algen is dus heel duur in vergelijking met andere groene energie. Daarom dromen de Franse wetenschappers ervan om algenproductie te koppelen aan andere fabrieken die veel CO2 en andere bestanddelen uitstoten. Zo hebben ze alvast een constante aanvoer van de voedingsstoffen die algen nodig hebben. Een samenwerking met de industrie maakt algencultuur zo iets minder kostelijk én het is goed voor het milieu. Een win-win-situatie!

Wil je meer weten? Dan klik hier.

Hoe worden algen biobrandstof?

Voor biobrandstof worden de kleinste eencellige algen gekweekt: microalgen van 3 tot 50 micrometer (dat is tweehonderd keer kleiner dan een millimeter). Want deze miniplantjes verdubbelen zich razendsnel - soms wel 4 keer per dag - en laten zich relatief gemakkelijk verwerken. Tot biobrandstof maar ook in diervoeder, schoonheidsproducten en tot voedingssupplementen zoals omega 3-vetzuren.

Zodra ze zich genoeg voortgeplant hebben, worden de algen uit het water gefilterd en worden er lipiden uit onttrokken. Dat is een vetachtige stof die we onder andere in ons lichaam terugvinden. Hoe meer van deze vetzuren ze produceren, hoe interessanter ze zijn voor biobrandstofproductie. Om de lipiden in algen om te zetten naar methylesters - of simpelweg biodiesel - worden hun moleculen aangepast: de alkylgroep - die enkel bestaat uit koolstofatomen en waterstofatomen - wordt vervangen door alcohol. Dit goedje is brandbaar en kan door aangepaste motoren gebruikt worden als brandstof.

Zo kan één hectare algen voor wel 20 ton biodiesel per jaar zorgen. Volgens wetenschappers is een oppervlakte van zo’n 25.000 km² - wat bijna zo groot is als België - genoeg om de Verenigde Staten van voldoende biobrandstof te voorzien zodat ze geen fossiele brandstoffen meer nodig hebben.

Waarom is biobrandstof zo veel beter dan fossiele brandstof?

Om te beginnen zijn fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas eindig: het zal ooit op zijn. Biobrandstof niet, zolang we algen hebben. (Maar die kunnen we blijven kweken, natuurlijk.)
Verder komt er veel minder CO2 vrij bij het gebruik van biobrandstof. Voor één vat biobrandstof verbruiken algen zo’n twee ton CO2. Een groot deel van die CO2 komt weer vrij bij verbranding, maar niet alles. Natuurlijk komt er ook CO2 vrij bij de verwerking van algen tot biobrandstof. Maar alles opgeteld is dit nog steeds niet evenveel als bij fossiele brandstoffen. Het is dus een groene oplossing om onze CO2-uitstoot aan te pakken.

Wedden dat je met een heel andere blik naar het zeewier op je bord zult kijken nu je weet dat deze veelbelovende plantjes de toekomst zijn?

Wist je dat…

... we biobrandstof van algen maken, maar ook bioplastics? Je merkt niets aan de kwaliteit, maar zijn wel van milieuvriendelijkere grondstoffen gemaakt én recycleren gemakkelijker.
... er zelfs zeewierspaghetti, zeewiermayonaise en zeewierchips bestaan? Zou jij er van durven proeven?
… de Japannerse keuken heel wat soorten zeewier kent? Zoek maar eens op: nori, kelp, wakame, zeesla, dulse, hijiki, arame, Iers mos, zeekool, zeekraal, zeevenkel, lamsoor...

 

Reageer

Fijn dat je van je laat horen!